Your address will show here +12 34 56 78

RS EPDM

Beschrijving
Productgroep: RS rondsnoer

Materialen: 
EPDM (peroxide gevulkaniseerd), EP 70

Kleur: 
EPDM 70, zwart

Toleranties:
EPDM, ISO 3302-1 E1

Bedrijfsparameters:
Temperatuur EPDM 70: -55 °C tot +150 °C

Functie
Rondsnoeren worden op lengte geëxtrudeerd en hebben een ronde dwarsdoorsnede (zoals een O-ring).  Na inbouw en samenpersing in de inbouwruimte bereikt het rondsnoer zijn dichtfunctie door de vervorming van de dwarsdoorsnede. In bedrijf versterkt de mediumdruk de dichtfunctie.

Toepassingsgebieden
Rondsnoeren dienen meestal als basismateriaal voor rondsnoerringen en zijn in het gebruik vergelijkbaar met een O-ring. Toepassing vindt plaats als statische dichting, bijv. voor de afdichting van grotere buisverbindingen en als dekselafdichting in de reservoirbouw. Rondsnoeren worden vaak gebruikt voor reparaties ter plekke en worden daar ‘op maat’ samengesteld.

Het verbinden van de einden van de rondsnoerring kan gebeuren door cyaanacrylaat- of 2-componentenlijm, al naargelang het doel van de toepassing. Voor gebruik in zeewater of andere hoogwaardige toepassingen is echter een verbinding door vulkanisering noodzakelijk.

Standaard materiaal

EPDM
EPDM-materialen zijn in de regel goed bestand tegen heet water, waterdamp, veroudering en chemicaliën en maken vele thermische toepassingen mogelijk. Zij worden onderverdeeld in met zwavel en peroxide gevulkaniseerde typen, waarbij de peroxide mengsels thermisch hoger belast kunnen worden en een duidelijk geringere vervormingsrest vertonen. EPDM is goed bestand tegen heet water en waterdamp, wasmiddel-, natron- en kalilogen, silicone oliën en vetten, vele polaire oplossingsmiddelen, vele verdunde zuren en chemicaliën. Bij remvloeistoffen op glycolbasis moeten speciale compounds worden toegepast. EPDM-materialen zijn absoluut niet bestand tegen producten op basis van minerale olie (smeeroliën, motorbrandstoffen). Toegestane temperaturen liggen tussen –45°C tot +130°C (–50°C tot +150°C bij peroxide mengsels)


Montage
Bij de montage dient elke vorm van beschadiging van de O-ring te worden vermeden, omdat zich anders lekkages kunnen voordoen. Bovendien dient men de volgende adviezen in acht te nemen:
– De O-ring mag niet tot aan de rekgrens worden uitgerekt
– De kanten moeten braamvrij zijn, ronde gedeelten en schuine kanten moeten naadloos worden aangebracht
– Stof, vuil, metalen splinters en andere deeltjes moeten worden verwijderd. 
– Scherpe punten van de schroefdraad en inbouwruimten voor andere fdichtingen 
en geleidingselementen dienen met behulp van een montagehuls te worden bedekt
– Montageoppervlakten en O-ringen dienen van een geschikt vet te worden voorzien
– Het verwarmen in olie of heet water tot ca. 80°C maakt elastomeren buigzamer. De O-ring kan daardoor gemakkelijker opgerekt worden voor de montage
– Eventueel montagegereedschap zoals montagedoornen- of hulzen dienen uit 
zacht materiaal (bijvoorbeeld POM) te bestaan en geen scherpe kanten te hebben
– De O-ring mag niet over de montageoppervlaktes worden gerold. Bij het monteren in de groef mag de O-ring niet verdraaien

Productie van verlijmde RSR rondsnoerringen
Standaard worden de vooraf op lengte gemaakte rondsnoeren verbonden met een cyaanacrylaat-lijm 
(bijvoorbeeld Loctite 406 ®).  De toegestane temperatuugrens ligt bij  ca. 80 °C.

Bij EPDM-, VMQ- en FKM-rondsnoeren dient eventueel een speciale extra primer (bijvoorbeeld Loctite 770 ®)te worden gebruikt. Let vooral goed op de productinformatie en veiligheidsinstructies van de producenten. Voor het verlijmen dienen beide einden met fijn schuurpapaier ruw te maken en met een geschikt schoonmaakmidddel (bijvoorbeeld  Aceton ®)  te ontvetten. De beide einden dienen zonder spanning te worden verlijmd. Aansluitend dient te worden gecontroleerd, of de gelijmde plek volledig droog is. De verlijmde rondsnoerring mag niet over de plek worden opgerekt, waar het rondsnoer aan elkaar is gelijmd danwel is gevulkaniseerd. De op deze manier ontstane verbinding is duidelijk minder elastisch dan het rondsnoer zelf.

Montagevoorschriften
Bij de montage moet elke beschadiging van het rondsnoer worden voorkomen, omdat er anders lekkages kunnen optreden. Let u bovendien op de volgende instructies:
– de verlijmde rondsnoerring mag niet over de verbinding van de einden worden opgerekt en het resterende deel van de rondsnoerring mag niet tot aan de rekgrens worden opgerekt.
– afkantingen moeten braambrij zijn, radiussen en schuine kanten dienen naadloos te worden aangebracht
– stof, vuil, metalen en andere deeltjes dienen te worden verwijderd
– schroefdraad en inbouwruimten voor andere dicht- en geleidingselementen dienen te worden bedekt met montagehulzen
– montageoppervlakten en het rondsnoer zelf dienen te worden voorzien van een geschikt vet
– het verwarmen in olie of heet water tot ca. 80 °C  maakt elastomerenelastischer
– eventueel kun u gebruiken maken van montagegereedschap. Dit gereedschap dient te bestaan uit zacht materiaal  (bijvoorbeeld POM) en geen scherpe kanten te bevatten.
– het rondsnoer of de rondsnoerring mogen niet over de montageoppervlakten worden gerold. Bij insnappen in de groef mag de rondsnoerring niet draaien in de groef.