Your address will show here +12 34 56 78

Rondsnoerringen

Beschrijving
Productgroep: RSR rondsnoerring

Toepassingsgebieden
Rondsnoeren dienen meestal als basismateriaal voor rondsnoerringen en zijn in het gebruik vergelijkbaar met een O-ring.  Toepassing vindt plaats als statische dichting, bijvoorbeeld voor de afdichting van buisverbindingen en als dekseldichting in de reservoirbouw. Rondsnoeren worden vaak voor reparaties ter plekke gebruikt en daar ‘op maat’ samengevoegd.

De  vulkanisering van de rondsnoeren richting rondsnoerring kan door middel van cyaannacrylaat – of 2-componenten-lijm plaats vinden, al naargelang het doel van de toepassing. Voor toepassingen in zeewater of andere hoogwaardige toepassingen is echter een verbinding door vulkanisering noodzakelijk.

Fabricage van gelijmde RSR rondsnoerringen 
Normaliter worden de vooraf op lengte gemaakt rondsnoeren verbonden met een cyaanacrylaat-lijm  (bijvoorbeeld  Loctite 406 ®. Maximale toegestane temperatuur ligt bij ca. 80 °C.

Bij EPDM-, VMQ- en FKM-rondsnoeren dient eventueel ook nog een speciale primer (bijvoorbeeld Loctite 770 ®) te worden gebruikt. Let u wel op de productinformatie en veiligheidsinstructies van de producenten.

Voor het verlijmen dienen beide einden met fijn schuurpapier te worden geruwd en met een geschikt schoonmaakmiddel (bijvoorbeeld Aceton ®) te worden ontvet. De beide einden dienen spanningsvrij te worden gelijmd. Aansluitend dient te worden gecontroleerd, of de gelijmde plek grondig is gedroogd. De gevulkaniseerde rondsnoerring mag niet over het gevulkaniseerde punt worden uitgerekt. De op deze manier ontstane stof is duidelijk minder elastisch dan het rondsnoer zelf.

Montagetips
Bij de montage moet elke beschadiging worden voorkomen, omdat anders lekkages kunnen optreden. Let u bovendien op de volgende tips:
– de gelijmde rondsnoerring mag niet over het gevulkaniseerde punt worden uitgerekt en het resterende gedeelte van de rondsnoerring mag niet tot de rekgrens worden opgerekt
– afkantingen moeten braamvrij zijn, radiussen en schuine kanten dienen naadloos te worden aangebracht
– stof, vuil, metalen en andere deeltjes dienen te worden verwijderd
– schroefdraad  en inbouwruimten voor andere afdichtings- en geleidingselementen dienen met een montagehuls te worden overdekt
– montageoppervlakte en het rondsnoer zelf dienen van een geschikt vet te worden voorzien
– verwarmen in olie of heet water tot ca. 80 °C maakt elastomeren elastischer
– eventueel gebruikt montagegereedschap dient van zacht materiaal (bijvoorbeeld POM) te zijn en geen scherpe kanten te bevatten
– Het rondsnoer of een rondsnoerring mogen niet over het montagevlak worden gerold. Bij insnappen in de groef mag de rondsnoerring niet draaien in de groef.